Natuurreis Zuid-Frankrijk, 21-28 mei 2005

Martin Edelman en Ronald Frank

Inleiding

Na de gezamenlijke vakantie met aanhang in Turkije was in mei 2004 afgesproken om in 2005 een natuurreis door Zuid-Frankrijk te maken. Deze keer zouden de vrouwen niet meegaan, zodat wij (Ronald en ik) onze gehele tijd konden besteden aan het zoeken naar met name reptielen en schorpioenen. Ronald had mij weten over te halen om naar Frankrijk te gaan, omdat hij in zijn jeugd momenten meemaakte, dat hij in Frankrijk over de adders struikelde. We praten dan wel over 40 jaar geleden. Het is natuurlijk altijd nog maar de vraag of er niet heel veel veranderd is. Mijn eerste gedachtegang was om begin mei weg te gaan. Maar omdat het in Zuid-Frankrijk in begin mei nog wel eens slecht weer is, zoals Ronald van tevoren terecht opmerkte, spraken we af om de tweede helft van mei te gaan. Onze geplande vertrekdag was zaterdag 21 mei. Ieder nam een deel van de boodschappen voor zijn rekening. We hadden Ronald de avond er voor gevraagd om al bij ons te komen overnachten. Dat zou het vertrek de volgende ochtend bespoedigen. Hij had behoorlijk wat ingekocht, echter ook behoorlijk wat ongewild bij hem thuis achtergelaten. Gelukkig had ik met betrekking tot het kopen van levensmiddelen en het meenemen van bestek al een vooruitziende blik. We gingen op tijd slapen.

21 mei (dag 1)

Tien over zeven vertrokken we uit Barendrecht. Ronald reed het eerste stuk. We reden via Antwerpen, Brussel naar Namen. Bij de rondweg van Brussel verloren we ruim een half uur door een file. Op de weg naar Luxemburg kwamen we dezelfde wegwerkzaamheden als toen Bhartie en ik het jaar ervoor naar de Jura tegenkwamen. Onderweg vonden zagen we diverse road kills, zoals Boommarter (of zoals Ronald het gedurende de gehele reis placht te zeggen: Mamboorter), Vos en Egel. Onze eerste stop hadden we tussen twee wegwerkzaamheden richting Luxemburg. Vanaf Luxemburg reden we langs Metz en Nancy. Onze tweede stop was bij Aire de Faverosse, net voorbij Nancy. Een voor mij (vorig jaar naar Jura ook gestopt) bekende plek. Hier staan allerlei mooie uit hout gesneden dierfiguren. Hier heb ik wat foto’s van bloeiende planten gemaakt. Vanaf deze plek was het mijn beurt om te sturen. We  reden langs Dijon en Lyon. Inmiddels had Ronald het stuur weer overgenomen. Afslag 12 op de Route de la Soleille namen we. In de buurt van Beaurepaire in het departement Isere gingen we eens zoeken naar een hotel. We vonden er één in Beaurepaire: hotel Friar. We konden parkeren in de garage. Het avondeten was zeer exclusief, maar wel erg lekker. De totale rekening, inclusief ontbijt, bedroeg voor ons beide: 177 euro, wat behoorlijk prijzig was. We besloten dat dit de eerste en laatste keer was dat we zo duur gegeten en geslapen hebben. Ik heb Bhartie gebeld dat de reis goed verlopen was.

22 mei (dag 2)

Om acht uur ontbeten we. Voor Franse begrippen was het een behoorlijk ontbijt. Tegen negen uur reden we weg van het hotel en gingen we richting St Etienne de St Geoirs. Dit was het gebied waar Ronald in zijn vroege jaren rondgestruind had. Hij deed zijn best om herkenningspunten vanuit die tijd, 40 jaar terug, te vinden. We parkeerden bij een voor hem bekende kerk. Hier vandaan startte de wandeling. Het was nog fris, bewolkt en nevelig. We liepen zuidwaarts langs een beekje. Ik vermaakte mij al met het fotograferen van een aantal bijzondere planten, zoals Knolsteenbreek. Langzaam begon de zon door te breken. Het gebied kreeg hierdoor nog meer charme. Langs de bedding van de beek vond ik onder het keren van stenen een paartje Muurhagedis. Ik ving ze beiden en kon ze daardoor goed fotograferen. Het weer werd steeds beter. Langs de beek vonden we ook nog Grote groene kikkers. Op een grazige plek zagen we diverse Smaragdhagedissen. Terug bij de auto hebben we wat gegeten. Inmiddels was het middaguur aangebroken. We reden de weg terug richting Beaurepaire. In de omgeving van Marcollin zijn we links afgeslagen. We liepen hier langs een droge rivierbedding. Muurhagedis was hier in grote getale aanwezig. Verder hebben we nog een paar Smaragdhagedissen waargenomen. Het begon al aardig heet te worden. Bij Pilon hebben we een droge rivierbedding afgestroopt. Veel meer dan een paar Muurhagedissen en een leuke loopkeversoort (Chlaenius velutinus) leverde de zoektocht niet op. We besloten verder zuidwaarts te trekken. Na Serrière reden we voornamelijk op de N86 (maar ook N93 en N7), die parallel loopt aan de snelweg (Route de Soleille) en kwamen langs Valence en gingen richting Orange. Net na Pierrelatte in het departement Drome vonden we een motel. Hier konden we een kamer huren voor 45 euro per nacht. We besloten hier drie nachten te blijven. We zijn bij de MacDonald gaan eten. Opvallende vogels die ik die dag gezien en of gehoord heb zijn Zwarte wouw, Wielewaal en Blauwe rotslijster. ’s Avonds heb ik de vlinderval opgezet. Er kwamen een paar vlinders op af. Door (lichte) regen was ik genoodzaakt eerder te stoppen. Al met al was de dag behoorlijk geslaagd.

23 mei (dag 3)

We begonnen de ochtend met een bak koffie en wat crackers. Rond negen uur vertrokken we. Het weer viel wat tegen: er stond (zeer) veel wind en de temperatuur was nog niet echt aangenaam. Op het programma van deze dag stond de Mont Serein een heuvelachtige berg aan de noordkant van de Mont Ventoux in het departement Vaucluse. Hier komt de Vipera ursini (Spitssnuitadder) voor. We reden langs Orange en kwamen langs de triomfboog aldaar. Daarna reden we voorbij Carpentas.  We bereikten de Mont Ventoux vanaf de zuidkant. Afgezien van de wind was het daar aangenaam vertoeven. Hier vond ik allerlei leuke planten en insecten, zoals bijvoorbeeld het Geel oranjetipje. Tevens zagen we twee Muurhagedissen. Via een weg rond de berg en langs een aantal plaatsjes reden we naar de noordkant van de berg. Om daar te komen zijn we over een onverharde weg gereden. Ronald had er toen weinig vertrouwen in dat we het zouden redden. Gelukkig was mijn inschatting toch beter.  Aan de noordkant was het in tegenstelling met de zuidkant bewolkt. Toen we vrij vlot omhoog reden zakte de temperatuur van 22 graden in het dal tot 7 graden op de Mont Serein (circa 1300m). Boven op de top van de Mont Ventoux was het waarschijnlijk nog kouder. Bij de Mont Serein ging ik alleen de auto uit om een kleine verkenningstocht te maken. Ik zag en voelde al gauw dat de kans op het treffen van Spitsnuitadders nihil was. Ze waren waarschijnlijk nog in winterslaap. Ik heb wat sub-montane planten gefotografeerd. We besloten, omdat een weersverbetering voorlopig er niet in zat, terug te rijden en onderweg nog wat gebieden te bezoeken. Bij een grote rivierbedding hebben we wat rondgekeken. Naast wat vlinderhaften en een soort Tanglibel was er niet veel te beleven. De harde wind was daar denk ik voor een groot deel debet aan. Mogelijk dat ik nog een Smaragdhagedis weg hoorde schieten. Ronald had daar een Grote groene kikker gespot. Langs de Rhone was een volgende stop. Het zag er van de weg af gezien veelbelovend uit. Ook hier kwam het grotendeels door de wind dat er niet veel te zien viel. Tegen vier uur in de middag kwamen we weer bij het motel aan. We hebben hier een deel van de spullen gelost en zijn gaan tanken. Voor mij werd er nog apart bier gehaald bij een tentje langs de weg. Tot Ronalds schrik werd een behoorlijk hoge prijs voor het bier gerekend. We gingen toch maar weer bij de MacDonald eten. Het eten van de eerste dag moest nog gecompenseerd worden. ‘s Avonds heb ik nog wat in een boek gelezen en heb ik Bhartie gebeld om te zeggen hoe het ermee stond. Het was te winderig om de vlinderval op te zetten

24 mei (dag 4)

Vandaag was het plan om de Ardèche te bezoeken. Het beloofde wat betreft het weer een mooie dag te worden. We namen de weg langs de noordkant van het riviertje de Ardèche. Bij onze eerste stop kon ik bij de auto al gelijk een paartje prachtkevers fotograferen. We liepen de heuvel op. Hier en daar schoot een Muurhagedis weg. Onder een steen ontdekte ik onze eerste schorpioen: Euscorpius flavicaudis. Boven op de heuvel bleek een plaats ingericht te zijn voor  de Havikarend. Helaas zagen we de vogel niet. Op deze plaats kon ik naar hartelust achter de vlinders aan jagen om ze te fotograferen. Soorten als Geel oranjetipje, Cleopatra, Blauwe ijsvogelvlinder, Koningspage en Spaanse pijpbloemvlinder vlogen hier rond. We maakten een prachtige stop bij de bekende Vallee D’Arc. Hier vlogen vogels als Alpengierzwaluw, Rotszwaluw en Raaf rond. Toen we na de bergen bij het riviertje konden komen zei ik tegen Ronald dat dit een goede plek voor Adderringslang (Natrix maura) was. Er waren veel poelen van bijna stilstaand water. Hier vertoefden veel Grote groene kikkers. Ik ontdekte als eerste een Adderringslang. Vlak erna zag Ronald er één, die net een forelletje te pakken had. Hij kon het dier op de video vastleggen. Het was trouwens niet het enige dier dat op kleine forel aan het jagen was. Ik ontdekte ook een Zonnebaars, die hetzelfde deed. Ik liep naar Ronald toe om te kijken of ik een foto kon maken van de Adderringslang. Helaas zwom het dier met de vis in de bek weg. Toch kon ik hem toch nog vangen. De vis was mij daar echter zeer dank voor, omdat het dier door mijn actie kon ontsnappen. De slang werd op de gevoelige plaat vastgelegd. Na nog wat struinwerk ontdekte ik twee jonge Adderringslangen onder een steen. Tevens hoorde ik al een tijdje geluiden alsof er Bijeneters aanwezig waren. Ik had mij niet vergist want even later ontdekte ik de prachtig gekleurde vogels. We reden nog langs de camping waar een paar jaar terug Ronald met zijn zus gekampeerd hadden. Daarna reden we via dezelfde weg terug en stopten op een aantal andere plaatsen. We ontdekten twee soorten bidsprinkhanen, alleen jonge dieren: Mantis religiosa en Empusa pennata. Een van de mooie planten die we daar vonden was een soort pijpbloem: Aristolochia rotunda. Verder zag ik nog een Baardgrasmus. Op de terugweg naar het motel verzocht ik Ronald om bij een sloot langs een weiland te stoppen. Hier probeerde ik salamanders te vangen. Helaas leverden mijn pogingen niets op. Wel zag ik de nodige waterjuffers vliegen. Na thuiskomst bleek een van de gefotografeerde juffers een Mercuurwaterjuffer te zijn. ’s Avonds aten we bij het motel. Het eten smaakte prima. Alleen was de hond des huizes behoorlijk vervelend en irritant. Ik heb ‘s avonds nog geprobeerd wat nachtvlinder met de val te vangen. Veel leverde deze actie niet op.

25 mei (dag 5)

Na betaald te hebben en het motel vaarwel gezegd te hebben vertrokken om half tien richting de Pont du Gard. Na eerst naar de noordkant gereden te zijn, besloten we toch maar naar de zuidkant van Pont du Gard te rijden. We hadden de hoop dat het hier minder commercieel was (stevig betalen voor een parkeerplek), echter hier was het niet anders. Sinds de keren dat ik hier geweest ben (met schoolreis, toen was ik 16 en in 1990 met een gezamenlijke vogelreis) is de plek wel een stuk meer toeristisch en commercieel geworden. We lieten ons echter niet kennen en togen naar de Pont du Gard. Het Romeinse aquaduct blijft een fascinerend bouwsel. Ik zag of hoorde vogels als Bergfluiter, Bijeneter, Hop en Geelpootmeeuw. Op een gegeven ogenblik trok ik mijn schoenen uit en ging tot mijn knieën in het water van de Gard staan. Dit alles om eierleggende Oranje breedscheenjuffers en Kanaaljuffers op drijvend fonteinkruid te fotograferen. De Oranje breedscheenjuffer was voor mij een nieuwe soort. Het werd inmiddels behoorlijk warm. We besloten richting de Crau te rijden. Vogels in de Crau,die we zagen, waren Buizerd, Provencaalse grasmus, Buizerd (helaas geen Slangenarend), Cettis zanger, Orpheusspotvogel, Koereiger en Ralreiger. Ik had eigenlijk op meer en meer bijzondere soorten gehoopt. We bezochten onder andere de moerassen rond Etang Aulnes. Hier zag ik Vuurlibel, Grote keizerlibel en Zuidelijke keizerlibel. Ik zag ook het nachtelijk dier: de veenmol over de grond kruipen. Vlak bij het water schoot een Ringslang weg. Ronald heeft hem niet gezien. Op een gegeven moment rook ik een lijkenlucht. Vlak voor mij zak ik een Meervalkop met een stuk borst liggen te rotten. Het overgebleven deel was zo rond de zestig centimeter en dat was ongeveer een vierde deel van de totale vis. Met ander woorden de vis was ongeveer 2.40 meter lang geweest. Bij een sloot heb ik geprobeerd om salamanders te vangen. Ook hier konden we niets vangen. We zijn maar naar een hotel gaan zoeken en kwamen uit bij een gemiddeld duur hotel bij het plaatsje Pont de Crau in het departement Bouche du Rhone., 50 meter van de camping Les Rosiers, waar ik al twee keer eerder vertoefde. Het eten was erg goed en het bier ook. We konden genieten van het getetter van een klas Engelse jonge meiden. ‘s Avonds zijn we naar het gebied rond  het vliegveld van de Crau gereden. Ik had gedacht dat we wel Kleine trappen en Grielen zouden zien. Helaas viel er hier niets te beleven. Mogelijk had dat te maken met dat de grond nog behoorlijk nat was. Later op de avond heb ik Bhartie gebeld om te zeggen dat alles nog goed ging, maar dat de reptielen niet erg mee wilden werken.

26 mei (dag 6)

We stonden vroeg op (6.30 uur) omdat we een behoorlijk programma voor de boeg hadden. Zeven uur ontbeten we en een half uur later reden we richting de Camarque. We reden langs Salin de Giraud en over de Dique de la Mer. Onderweg maakten we verschillende stops, zoals bij Etang de Vaccares. We ontdekten hier onder andere Bokkenorchis. Ik kon  mooie foto’s maken van Dunbekmeeuw, Europese flamingo, Steltkluut en Kleine zilverreiger en Geelpootmeeuw. Langs Port St Louis reden we naar het strand: Plage de Piémanson. Hier ging ik op zoek naar de twee soorten zandloopkevers,d ie ik hier in het verleden gevonden had. Ondanks de oneindige aanvallen van het muggenlegioen (Ronald dacht dat hij er geen last van had) slaagde ik met vlag en wimpel. De volgende twee soorten werden op de foto gezet: Cicindela lunulata en Cicindela flexuosa. Verder hoorde en zag ik diverse Kortteenleeuweriken. Vanaf het strand reden we via een fotostop bij de zoutbergen naar Les Chains des Alpilles. We maakten een stop bij Les Baux.: een Romeinse ruïne. Hierna zochten we een plek om een top te beklimmen. Ik had mij vergist in de weg, dus het was niet het pad naar La Caume. Maar toch was het een mooie wandeling. Ik zag Provençaals - of was het toch het gewone Bleek blauwtje. Onder een steen vonden we weer Euscorpius flavicaudis. Naast vele Alpengierzwaluwen op de top vlogen er ook wat vlinders rond. Ik kon echt een waanzinnig mooie plaat maken van een Koninginnepage (bijna een tien). De foto van  Melanargia occitanica (Westelijk dambordje) viel ook niet tegen. Hierna reden we naar een Romeins overblijfsel, waar Ronald en ik, onafhankelijk van elkaar ook al geweest waren namelijk: Ruines van Glanum. Ik heb er nog een mooi plaatje van gemaakt. Vanaf daar reden we langs St Rémy, Cavaillon, Apt, Forcalquier en dan richting Digne-les-Bains. We vonden een hotel bij Mallemoisson in het departement Hautes Provence. Het hotel was mooi gelegen, niet duur en ze hadden daar ook nog goed eten. (Ik heb steak gegeten.)

27 mei (dag 7)

‘s Ochtends hebben we een korte tijd genomen om te ontbijten. We reden snel door naar het dal van de ammonieten. Het gebied lag aan de linkerkant van de weg van Digne-les-Bains naar Barles. De schuine wand, oorspronkelijk de bodem van een binnenzee, met enorme aantallen ammonieten van klein tot zeer groot was een adembenemend schouwspel. Na het bekijken hiervan ben ik een eind lang de beekbedding omhoog gelopen. Ronald nam het gangbare pad. Ik heb een paar mooie foto’s gemaakt van vlinders. Tevens vond ik een klein stukje ammoniet, terwijl ik aan het luisteren was naar een zingende Bergfluiter. Hierna reden we naar het westen. Vlak voor Sisteron namen we een gele weg richting de Mont-Ventoux (D946). Onderweg maakten we nog een paar korte tussenstops. We zagen op één van deze plekken Samaragdhagedissen. We kwamen over de Mont Ventoux en struikelde bij regelmaat met de auto over de omhoog zwoegende fietsers. Bovenop de Mont ventoux namen we de tijd om wat foto’s te maken. Het volgende doel was de Mont Serein een aantal honderden meters lager. De temperatuur was een stuk beter dan de vorige keer. Het was nu rond de 20 graden. Al snel deed ik een zeer interessante vondst. Ik raapte een Carabus auratus ventouxiensis op.  Het dier komt alleen in deze omgeving voor. Maar eigenlijk kwamen we voor de Spitssnuitadder. Ik heb ontelbaar veel stenen gekeerd en gekeken bij de Dwergjeneverbesstruiken. Eén keer dacht ik wat te zien wegschieten of was het gezichtsbedrog. Helaas heb ik de Spitsnuitadder niet aan mijn waarnemingenlijst toe kunnen voegen. Ronald was evenmin succesvol. Wel werden Muurhagedissen en Smaragdhagedissen waargenomen. Vanaf deze plek, of eigenlijk iets verder, daar waar ik genoodzaakt was mijn behoefte te doen,  zijn we naar Orange gereden om vanaf daar de Route de Soleille op te draaien. Onderweg hebben we een tussenstop gemaakt om wat stevigs te eten. Voorbij Dijon namen we de afslag Langres(-Nord). Het was inmiddels al donker geworden en voorbij tien uur in de avond. Het was nog een tiental kilometer rijden naar Langres. Eenmaal daar vonden we snel een hotel: La Grande Motte. Het was net voor sluitingstijd. We hebben snel ingeboekt en zijn gaan lopen naar de MacDonald een paar 100 m verderop. Deze was ook al bijna dicht. Gelukkig konden we toch het nodige eten naar binnen werken. Hierna zijn we gauw gaan slapen Ik heb Bhartie inmiddels gebeld om te melden dat  we de volgende dag op tijd thuis zouden zijn.

28 mei (dag 8)

Om half acht vertrokken we uit Langres. Onderweg reden we nog over een Eekhoorn die ofwel net geraakt was door een auto voor ons of in een soort shock op de weg lag. Het enige oponthoud dat we op de route troffen waren de wegwerkzaamheden rond Metz. Daardoor moesten we via een binnendoor weg over Arlon naar de snelweg richting Luxemburg-Namen rijden. Veel tijdverlies heeft ons dat niet opgeleverd. Om vijf over twee waren we bij mij thuis in Barendrecht aangekomen. In totaal hebben we 3450 kilometer gereden.

 

Nawoord

Vooraf was de verwachting bij mij hoog met betrekking tot het aantreffen van allerlei reptielen en amfibieën. Helaas was de score in deze vakantie zeer matig. Echter Frankrijk heeft vele fantastisch mooie gebieden. En daar hebben we er toch een aantal van bezocht. De natuur aldaar is echt adembenemend. Het weer tijdens de vakantie was op een dag na goed. We hebben nagenoeg geen regen gehad en de temperatuur was zeer aangenaam. Ronald was een gezellige reisgezel. Alhoewel ik de eerste dagen erg moest wennen aan het automatisch verdraaien en omdraaien van woorden en zinsdelen (maar zelfs dat went), hebben we toch samen heel veel (onderbroeken)lol gehad. Zo van “hoppe, hoppe, hoppe, even lekker…” Verder was hij gedurende de hele vakantie een beetje angstig om niet op tijd een hotel te vinden of zonder benzine te komen te staan. Ik heb daar toch iets minder last van. Als reisgenoot was hij verder zeer waardevol. We hebben namelijk gebruik kunnen maken van zijn auto. Ronald heeft bijna alle kilometers zonder klagen gereden. Tevens kon Ronald zich in het Frans erg goed verwoorden. Ik liet hem daarom het meeste vertaalwerk doen. Om toch wat meer succes te hebben in het vinden van reptielen hebben we tijdens deze vakantie al geopperd om de volgende keer mee te gaan met een georganiseerde reptielenvakantie.